Menu Sluiten

Behandelingen

Hieronder vindt u informatie over de verschillende behandelingen die Opsis Oogziekenhuis aanbiedt en kunt u onze informatiefolders downloaden.

Bij netvliesproblemen kan er soms gekozen worden voor een laserbehandeling. Bij deze vorm van behandelen wordt door middel van een felle, smalle groene lichtbundel bloedvaten of defecten in het netvlies behandeld. Enkele aandoeningen die behandeld worden met de Argon Laser:

  • Diabetische Retinopathie
  • Ablatio Retinae (netvliesloslating)
  • Verstopt bloedvat
  • Lekkend bloedvat
  • Zwakke plekken

Uiteraard verschilt iedere aandoening en de daarbij behorende behandeling per patiënt.

De behandeling

De voorbereiding op de laserbehandeling bestaat uit oogdruppels om de pupil te verwijden en het oog te verdoven. Indien het gaat om een uitgebreide behandeling, kan ook een injectie bij het oog gegeven worden voor een plaatselijke verdoving. De oogdruppels en verdoving moeten c.a. 30 minuten inwerken voordat de laserbehandeling kan worden gestart.

De behandeling zelf duurt tussen de 10 en 30 minuten, afhankelijk van de grootte van de te behandelen plek.

De laserbehandeling vindt poliklinisch plaats, u kunt na de behandeling direct naar huis. Omdat de ogen gedruppeld worden raden wij het af zelfstandig naar huis te gaan.

De complicaties

Tijdens de laserbehandeling kunt u wat kleine prikjes voelen in het oog dat behandeld wordt. Na de behandeling kan het oog geïrriteerd en rood zijn. De arts geeft u een recept voor oogdruppels om ontsteking te voorkomen.

De gevolgen

Het herstellen van het netvlies is het doel van de behandeling. Hierdoor wordt getracht verslechtering in het gezichtsvermogen te voorkomen.

Alternatieven

Een dergelijke laserbehandeling vaak een spoedeisende behandeling en gebeurt daarom vaak op dezelfde dag als dat de diagnose wordt gesteld. In sommige gevallen is een netvliesoperatie of injectie ook een optie. De arts zal de mogelijkheden met u bespreken.

Vergoeding

De Argon Laserbehandeling wordt in het algemeen door de zorgverzekeraar vergoed.

Bewegende deeltjes, vliegjes, stofjes of donkere vlekjes in het zicht. Heel erg vervelend, maar vaak een verschijnsel als gevolg van een normaal verouderingsproces van het oog. Mouches Volantes ofwel drijvertjes zijn troebelingen in het glasachtig lichaam van het oog. Het glasachtig lichaam is in de jeugdjaren een gelachtige structuur die doorzichtig is. Dit glasachtig lichaam wordt door de jaren heen steeds wateriger. Vergelijkbaar met een gelatinepudding die buiten de koelkast staat. In de waterige massa ontstaan klontjes eiwitten die af en toe door het beeld kunnen gaan. Dat zijn de bewegende deeltjes die dan zichtbaar zijn.

Behandeling

Behandeling van mouches volantes is mogelijk wanneer ze erg hinderlijk zijn. Ze kunnen met een laser kleiner gemaakt worden of, wanneer het echt invloed heeft op de gezichtsscherpte, kan er een vitrectomie worden uitgevoerd.
Dit is een oogoperatie, vaak onder algehele narcose en wordt alleen uitgevoerd in specialistische ziekenhuizen. Het glasachtig lichaam zit op enkele punten vast aan het netvlies. Wanneer de structuur verandert laat het glasachtig lichaam ook los van het netvlies. Daardoor is er een iets hoger risico op een netvliesloslating. Bij zo’n 15% van de mensen waarbij het glasachtig lichaam vervloeit treedt er een loslating van het netvlies op. Mensen met een hoge min sterkte hebben een hoger risico.

Let op bij: Bijkomende lichtflitsen die plotseling aanwezig zijn en niet meer weggaan. Een plotseling forse toename van het aantal deeltjes dat u ziet!

Wanneer dit het geval is, is het absoluut noodzakelijk om contact op te nemen met een oogarts.
Bij een netvliesloslating laat het bovenste laagje van het netvlies los van de onderliggende laagjes. Het zicht kan hierdoor minder worden, bijvoorbeeld aan de zijkant van het gezichtsveld. Dit wordt vaak omschreven als een gordijntje dat wappert.
Een loslating van het glasachtig lichaam duurt enkele maanden. Wanneer dit proces voltooid is, is de kans op een netvliesloslating weer op een normaal niveau.

De controle wordt door iedere zorgverzekeraar vergoed.

Blepharitis is een ontsteking van de ooglidrand. Het gaat vaak gepaard met jeuk, irritatie en soms een rood oog. Het is een chronisch probleem en kan al in de vroege jeugdjaren ontstaan, maar ook nog op oudere leeftijd voorkomen.

Oorzaak

Blepharitis is een ontstekingsproces en speelt rond de wimpers, meiboomklieren en ooglidranden. Deze ontsteking kan zowel acuut als chronisch zijn en kan de gezichtsscherpte verstoren wanneer het de traanfilm aantast. Overmatig geproduceerd vet van de talgklieren in de oogleden blijft aan de oogharen kleven en wordt vervolgens zuur. Hierdoor raken de ooglidranden geïrriteerd.

Verschijnselen

De verschijnselen bestaan uit een stekend, branderig gevoel en pijnlijke, rode oogleden. Ook kunnen jeuk en tranende ogen optreden. Er kunnen complicaties ontstaan, waarbij het oog zelf geïnfecteerd raakt. Aantasting van het hoornvlies door zweervorming komt soms voor.  De verschijnselen kunnen op zich, of in combinatie met andere voorkomen. De hevigheid van de klachten kan wisselen gedurende de dag of periode van het jaar.

Wat erg belangrijk is bij deze vorm van ooglidrandontsteking is het schoonmaken van de wimperharen en ooglidranden. Hierdoor kunnen de talgklieren in de ooglidrand weer goed gaan functioneren en zal de irritatie minder worden.

Poetsinstructie

Wat u nodig heeft:

  • Washandje / gaasjes
  • Warm water
  • Babyshampoo of een ander reinigingsmiddel, verkrijgbaar bij de apotheek.
Stap 1

Maak het washandje nat met warm water en leg het over de ogen heen tot het afgekoeld is.

Stap 2

Maak het washandje opnieuw nat met warm water en doe enkele druppels babyshampoo op het washandje. Poets goed tussen de wimpers, tot aan de ooglidrand. Zodat alle korreltjes verwijderd worden. Houd hierbij het oog dicht. U kunt eventueel het onderste ooglid wat naar beneden trekken om tot aan de ooglidrand te poetsen.

Stap 3

Spoel de oogleden na met handwarm water.

Herhaling

Herhaal deze procedure twee keer per dag, gedurende vijf dagen. Stop vervolgens vijf dagen. Herhaal dit proces tot de klachten over zijn. Blepharitis is een aandoening die niet verdwijnt en alleen met goede ooglidhygiëne onderdrukt kan worden. Een afwijkend poetsadvies mag in overleg met de oogarts worden uitgevoerd.

Alternatieven

Wanneer het poetsen van de ooglidranden niet voldoende helpt, of wanneer de blepharitis zeer hevig is, kan er overwogen worden een antibioticazalf of druppels voor korte of langere tijd te gebruiken. Raadpleeg hiervoor uw arts.

Verergering van de klachten

De klachten kunnen, wanneer u net begint met poetsen, in de eerste week erger worden. Geleidelijk aan, in drie tot vier weken, zullen de klachten aanzienlijk minder worden.

Een chalazion is een zwellig van een talgkliertje (kliertje van de meiboom) in het ooglid.

Oorzaak

Door het verstopt raken van de uitvoergang kan het talg niet meer naar buiten komen en hoopt zich op in de klier, deze raakt ontstoken en wordt rood, warm en dik.

Verschijnselen

Op een gegeven moment ontstaat er een pijnlijke zwelling, net boven of onder de rand van het ooglid en niet in de rand van het ooglid zoals bij een ‘stiegje’ of ‘strontje’ (hordeolum). Het gehele ooglid kan in korte tijd rood en gezwollen raken.

Diagnose

Door het ooglid om te klappen kan de oogarts zien of er een chalazion dan wel een hordeolum aanwezig is.

Behandeling

Een beginnend chalazion kan het best behandeld worden met warme kompressen. Leg twee maal daags gedurende 15 minuten een in heet water gedrenkte schone zakdoek op het ooglid. Een secundaire infectie kan met oogdruppels behandeld worden. De gezwollen klier kan, zolang dat nog gaat, leeggedrukt worden. Indien dit niet mogelijk is wordt het chalazion, onder lokale verdoving, door insnijden van het ooglid aan de binnenkant verwijderd. Daarna wordt een drukverband met oogzalf voor ten hoogste 24 uur gegeven.

Een chalazion kan eenmalig zijn, het kan echter ook voorkomen dat op een andere plaats in het ooglid opnieuw een chalazion ontstaat. Dit wordt dan op de zojuist beschreven wijze behandeld.

De traanfilm van het oog beschermt het oogoppervlak tegen invloeden van buitenaf.  Wanneer er iets mis is met de tranen van de ogen kunt u klachten krijgen van droge of natte ogen.

De traanfilm

De traanfilm bevat drie verschillende laagjes, een slijmlaagje, een waterlaag en een vetlaag. Samen zorgen deze ervoor dat de traanfilm goed op het oog blijft plakken en een goede bescherming heeft tegen beschadigingen en ontstekingen.

Klachten

Wanneer de traanfilm uit balans is, kunnen de volgende klachten, of een combinatie van deze klachten voorkomen:

  • Droge ogen
  • Tranende ogen
  • Branderige ogen
  • Het gevoel alsof er wat in zit (zandkorrels)
  • Rode ogen
  • Dikke, zware en/of snel vermoeide ogen

De hevigheid van de klachten kan per persoon verschillen.

Oorzaken
De precieze oorzaak van droge ogen is vaak niet goed vast te stellen. Wel zijn er verschillende risicofactoren die een verstoring van de traanfilm kunnen veroorzaken:

  • Ooglidrandontsteking (blepharitis)
  • Contactlenzen
  • PC werk: tijdens computerwerk knipper je minder, dus blijft het oog minder goed vochtig
  • Leeftijd: hoe ouder je wordt, des te minder traanproductie er is
  • Afwijking aan de traanwegen: een te grote traanpunt geeft droge ogen. Een te grote traanpunt geeft droge ogen
  • Hormoonveranderingen: denk hierbij aan zwangerschap of overgang
Behandeling

Samen met de oogarts is de goede therapie te kiezen. Denk hierbij aan ooglidhygiëne, oogdruppels, of een traanwegbehandeling. verzekeringspolis.

Bij een ectropion staan de onderoogleden af van het oog. Naast het feit dat dit cosmetisch storend kan zijn, gaat de traanpunt ook afstaan van het oog, wat klachten kan geven van tranende ogen, roodheid en terugkerende ontstekingen.

Ectropion correctie

Om een afstaand onderooglid te corrigeren wordt een ectropion-correctie uitgevoerd. Dit is een operatie aan de onderoogleden waarbij een klein stukje huid wordt weggehaald en het ooglid weer tegen het oog gaat staan.

Entropion correctie

Het tegenovergestelde van een ectropion is een entropion. Een ooglid dat teveel naar binnen staat. Dit kan schade geven aan het oog omdat de wimperharen dan tegen het hoornvlies schuren. Dit veroorzaakt irritatie en beschadigt de oogbol en het hoornvlies.

De behandeling

Een ectropion of entropion operatie bestaat uit verschillende stappen:

  • De huid wordt gedesinfecteerd met Betadine
  • Onder de huid worden injecties gegeven met lokale verdoving. Deze injecties kunnen wat gevoelig zijn. Als de verdoving ingewerkt is, voelt u weinig of niets meer van de operatie
  • Er wordt een deel van de huid weggehaald en de huidranden worden gesloten met niet-oplosbare hechtingen (deze geven geen wondreactie); de ingreep duurt ongeveer 45 minuten. De hechtingen worden er na 7 – 10  dagen weer uitgehaald

De sneden worden zo gemaakt dat het litteken later niet of nauwelijks zichtbaar is. Meestal wordt de hechting in de huid geplaatst (intracutaan) waardoor die niet zichtbaar is.

Indien geen nabloedingen aanwezig zijn, kunt u weer naar huis. U krijgt geen verband op de ogen. Desalniettemin kan het gezichtsvermogen minder zijn en daarom dient u na de behandeling iemand anders te laten rijden. De oogleden kunnen in de eerste dagen gezwollen en blauw zijn. Soms treedt ook een tijdelijke zwelling met blauwe verkleuring op van de onderoogleden. Dit is niet iets om u ongerust over te maken; de zwelling en blauwe plekken trekken geleidelijk weg. Het uiteindelijke resultaat is na 2 maanden te beoordelen.

Bloedverdunners

Bij ooglidcorrecties wordt bij voorkeur gestopt met bloedverdunners om (na)bloedingen te voorkomen. Met het gebruik van deze medicijnen moet tijdig voor de operatie worden gestopt: ascal/acetylsalicylzuur 10 dagen, marcoumar 7 dagen, sintrom (acenocoumarol) 3 dagen. U dient dit wel eerst te overleggen met uw huisarts of de specialist die deze bloedverdunners heeft voorgeschreven. Indien de bloedverdunners niet mogen worden gestopt, dient u dit met de oogarts te overleggen.

Bijwerkingen en complicaties

De meest voorkomende, niet ernstige bijwerkingen, maar ook zeldzame complicaties worden hieronder uitgebreid beschreven. Echter bij een ectropioncorrectie treden zelden problemen op. Vrijwel alle patiënten zijn zeer tevreden met het resultaat van de operatie en de klachten zijn opgelost.

Zwelling van het ooglid en ongevoeligheid van de lidrand
Iedere operatie van het ooglid veroorzaakt weefselreactie en een tijdelijke verstoring van de lymfeafvoer, waardoor het onderste deel van de lidrand na de operatie dikker is. Deze zwelling neemt geleidelijk af, maar dit kan wel enkele weken duren. Bij het verwijderen van de huid worden automatisch ook de zenuwen die door de huid lopen doorgesneden. Hierdoor kan het ooglid soms enkele weken wat gevoelloos zijn; ook dit herstelt geleidelijk.

Littekens
Bij iedere patiënt ontstaat er een litteken. Littekens zijn het gevolg van de operatietechniek en de reactie van de huid op de operatie. Wanneer wonden bij u in het algemeen mooi genezen heeft u meer kans op een mooi litteken dan iemand bij wie littekens altijd goed zichtbaar blijven. Stoppen met roken bevordert een fraaie genezing. Overigens plaatst de oogarts de snee zoveel mogelijk in de huidplooi, zodat het litteken niet of nauwelijks zichtbaar is bij rechtuit kijken.

Algemene opmerkingen

Autorijden: direct na de ingreep is het verstandiger iemand anders te laten autorijden of te komen met een begeleider of openbaar vervoer. Hoewel het gezichtsvermogen door de operatie niet beïnvloed wordt, moet men er rekening mee houden dat de oogleden nog gezwollen kunnen zijn (m.n. de eerste week).
Douchen: men mag wel douchen na een ooglidcorrectie maar de wond moet bij voorkeur droog worden gehouden (totdat de hechtingen verwijderd zijn). Mocht de wond toch nat geworden zijn, dep dan de oogleden voorzichtig droog.
Make-up: Zolang de hechtingen nog niet verwijderd zijn en de wonden nog niet genezen zijn, kunt u uw ogen zeker niet opmaken. Deze periode duurt ongeveer een week. Hierna kunnen nog bloeduitstortingen zichtbaar zijn en kunnen de oogleden tot 1½ -2 maanden nog licht gezwollen zijn. In die periode mag u desgewenst de ogen wel opmaken, maar enige voorzichtigheid, met name bij het verwijderen van de make-up, is wel geboden. Niet teveel kracht uitoefenen op de wond!
Zwemmen: de eerste 7-10 dagen mag u nog niet zwemmen; in ieder geval niet voordat de hechtingen verwijderd zijn en de wonden nog niet genezen zijn.
Werken: in principe mag u direct weer aan het werk, maar u moet er wel rekening mee houden dat uw oogleden de eerste 2 weken blauw en gezwollen kunnen zijn. Het is overigens niet verstandig om de eerste dagen zwaar lichamelijk werk te verrichten waarbij er veel druk in het hoofd en op de ogen ontstaat (bijv. zwaar tillen). Hierdoor is namelijk de kans op een nabloeding groter.

De oogarts maakt gebruik van een fluorescentie angiografie (FAG) wanneer het vermoeden bestaat dat het netvlies een aandoening heeft. Het netvlies is de binnenbekleding van het oog. Fluorescentie angiografie (FAG) is een onderzoek methode waarbij de oogarts het inwendige van het oog bestudeert en eventuele afwijkingen van het netvlies opspoort met behulp van speciale ‘kleurstoffoto’s’. De foto’s van het netvlies worden gemaakt nadat een speciale (in water oplosbare) kleurstof in de ader van de arm is gespoten. Bij een FAG wordt een kleurstof gebruikt; het is echter geen contrastvloeistof, zoals bij röntgenfoto’s wordt gebruikt. Het is een vloeistof die onveranderd wordt uit geplast. Deze kleurstof is fluoresceïne. De kleurstof verspreidt zich vrij snel via de grote lichaamsader door het hele lichaam en bereikt dus uiteindelijk ook het oog. In het oog komt de kleurstof terecht in de bloedvaten van het vaatvlies en netvlies. Dan worden meerdere foto’s van het netvlies achter elkaar gemaakt.

Bij een normaal oog vullen de bloedvaten van het netvlies zich met kleurstof; deze kleurstof lekt niet uit de bloedvaten. Bij netvliesaandoeningen kan de vloeistof wel lekken uit de bloedvaten en dit is op de foto’s dan te zien. Behalve het netvlies, kunnen ook afwijkingen in de onderlagen van het netvlies worden aangetoond bijv. het retina pigment epitheel en het vaatvlies (choroidea). De kleurstof maakt de afwijkingen veel beter zichtbaar.

Waarom wordt fluorescentie angiografie (FAG) verricht?

Als de oogarts bij onderzoek een afwijking in het achterste deel van uw ogen vermoedt, kan een angiografie worden gedaan. Het angiogram kan meerdere afwijkingen opsporen, zoals:

  • afwijkende bloedvaten in het netvlies: indien de bloedvaten slechter van kwaliteit zijn, zoals kan voorkomen bij suikerziekte, kan de kleurstof door de vaatwand heen lekken (de kleurstof hoopt zich op buiten de bloedbaan).
  • het ontbreken van bloedvaten in het netvlies
  • het netvlies krijgt dan op die plaats geen bloed meer
  • allerlei afsluitingen van bloedvaten
  • schade aan de onderlaag van het netvlies
  • de vorming van afwijkende nieuwe bloedvaten die vanuit het vaatvlies onder het netvlies groeien
  • overige, minder vaak voorkomende afwijkingen
Het onderzoek zelf

De polikliniekassistenten druppelen beide ogen met pupil verwijdende druppels. Ook het oog zonder klachten wordt gefotografeerd. De pupil verwijdende druppels hebben tot gevolg dat u een paar uur wazig ziet. Wij raden u daarom aan met iemand mee te rijden of gebruik te maken van het openbaar vervoer. Het onderzoek wordt poliklinisch verricht. Tijdens het onderzoek zit u achter de camera en uw hoofd rust op een kinsteun.

Met één oog kijkt u naar een knipperend lampje. Voordat de fluoresceïne bij u wordt ingespoten, worden eerst enkele kleurenfoto’s gemaakt. Daarna spuit de arts de vloeistof in uw arm of hand. Direct daarna worden snel foto’s gemaakt. Tijdens het onderzoek ziet u telkens lichtflitsen, waardoor u geneigd bent om uw ogen dicht te knijpen. De gemaakte opnames zijn direct zichtbaar op een beeldscherm. Wij werken bij OPSIS met een digitale camera. Het voordeel hiervan is dat de foto’s direct beoordeeld kunnen worden en u de uitslag meestal direct meekrijgt. Door het flitslicht en de wijde pupillen ziet u na het fotograferen geruime tijd minder goed. Dit is van tijdelijke aard. Het kan prettig zijn om een zonnebril te dragen na het onderzoek. Wij raden u af om na het onderzoek zelf te rijden

Bijverschijnselen en risico’s van fluorescentie angiografie

Altijd, gele kleur: door de gele kleur van fluoresceïne heeft u tot enige uren na het onderzoek een geel gekleurde huid. Door de kleurstof bent u gedurende een dag extra gevoelig voor zonlicht. U kunt de dag van het onderzoek beter niet in de felle zon gaan zitten. Ook gebruik van de zonnebank wordt afgeraden. De kleurstof verdwijnt doordat de nieren de kleurstof in de urine uitscheiden. Hierdoor zal de urine tot 24 uur na inspuiting van de kleurstof een donker oranje kleur hebben. Deze bijverschijnselen zijn onschadelijk en verdwijnen vanzelf.

Soms, misselijkheid: fluoresceïne kan direct na inspuiting soms misselijkheid veroorzaken. Dit trekt meestal snel weer weg. U kunt gewoon van tevoren eten en drinken. Als u suikerziekte heeft, moet u zich gewoon aan uw dieet houden.

Zeldzaam, allergische reacties: deze reacties zijn zeldzaam. Wanneer ze optreden veroorzaken ze een roodheid en jeuk van de huid. Allergische reacties worden, afhankelijk van de ernst, behandeld met tabletten of injecties antihistaminica. Als u bij een vorig angiografisch onderzoek last heeft gehad van misselijkheid of een allergische reactie, of als u lijdt aan epilepsie of een schelpdierenallergie dan moet u dit van tevoren melden.

Zwangerschap: als u zwanger bent, is het raadzaam om het onderzoek uit te stellen tot na de bevalling.

Bij glaucoom (hoge oogdrukziekte) wordt de oogzenuw beschadigd door een te hoge druk in het oog.  Het aantal  zenuwvezels van de oogzenuw neemt af en op termijn kan dit leiden tot gezichtsvelduitval en zelfs blindheid. 1,5% van de Nederlanders heeft glaucoom.

Oorzaak

Er bestaat niet 1 vaste oorzaak voor het ontstaan van glaucoom. Er zijn een hoop factoren samen die zorgen dat glaucoom zich ontwikkelt. De belangrijkste risicofactoren zijn:

  • Verhoogde oogdruk of sterk wisselende oogdruk. Een normale oogdruk is maximaal 21mmHg. Hoe hoger de druk, des te meer kans dat er glaucoom optreedt.
  • Glaucoom in de familie. Wanneer er glaucoom bij broers, zussen of ouders voorkomt, heeft u 10x meer kans om glaucoom te ontwikkelen.
  • Leeftijd. Op een hogere leeftijd komt glaucoom vaker voor.
  • Hoge brilsterkte, bijvoorbeeld als u  sterk bijziend of verziend bent.

Wanneer de oogdruk verhoogd is, heeft u dat in het algemeen zelf niet in de gaten. Als de oogdruk pas hoger is dan 35 kunnen klachten van pijn ontstaan.  De oogdruk staat helemaal los van de bloeddruk.

Diagnose van glaucoom

Wanneer glaucoom niet wordt ontdekt of onvoldoende wordt behandeld, neemt geleidelijk de gezichtsvelduitval toe en kan in een laat stadium ook het scherpe zien worden aangetast. Een tijdige opsporing van glaucoom is daarom heel belangrijk. OPSIS beschikt over de Spectraal Optical Coherence Tomography (OCT). Met dit moderne apparaat kan in een zeer vroeg stadium verlies aan oogzenuwvezels worden vastgesteld door diktemetingen. Glaucoom kan zo al worden gediagnosticeerd voordat gezichtsveld uitval heeft kunnen plaatsvinden.

Op dit moment is de enige bewezen behandeling  van glaucoom het verlagen van de oogdruk. Als de  oogdruk voldoende wordt verlaagd, kan een verdere toename van de gezichtsvelduitval worden voorkomen of worden vertraagd. Reeds aanwezige gezichtsvelddefecten kunnen niet meer ongedaan gemaakt worden.

Behandeling

Wanneer men gaat behandelen wordt gekozen voor behandeling met oogdruk verlagende druppels of laser. Er zijn veel verschillende soorten druppels. De oogarts zal de oogdruppels voorschrijven waarvan hij verwacht dat deze de best mogelijke oogdruk verlaging geven.  Het is belangrijk dat de patiënt van het druppelen (één of meerdere malen per dag) een vaste gewoonte maakt.

Ook Selectieve Laser Trabeculoplastiek (SLT) is een goed alternatief voor oogdruk verlagende medicatie bij de behandeling van glaucoom.

Mocht in de praktijk blijken dat oogdruppels alleen onvoldoende oogdruk daling veroorzaken, kan de behandeling worden aangevuld met een laserbehandeling. Als ook dat niet de gewenste oogdrukdaling tot gevolg heeft, kan een oogdruk verlagende operatie (filter-operatie of glaucoominplant) worden overwogen.

Het gezichtsveld is het deel van de omgeving dat u met een oogopslag kunt waarnemen. Dus wanneer u naar 1 punt kijkt. Sommige oogaandoeningen of neurologische aandoeningen zorgen ervoor dat het gezichtsveld centraal of vanuit de periferie wordt aangedaan. Omdat het erg sluipend gaat en het zo ver van het midden van het blikveld begint merkt u daar soms zelf niet veel van. Met een gezichtsveldonderzoek kan men in kaart brengen of het hele gezichtsveld nog in tact is.

Het onderzoek

De meting wordt gedaan met behulp van een halve bol met een lichtje in het midden. U moet met de kin in de kinsteun gaan zitten en het voorhoofd tegen een beugel. Er wordt 1 oog afgedekt, beide ogen worden onafhankelijk van elkaar getest. Het is de bedoeling dat u gedurende het hele onderzoek naar het lichtje in het midden van het apparaat blijft kijken. Vanaf de zijkant komen er hele kleine witte lichtpuntjes in beeld. Wanneer u zo’n puntje waarneemt moet u op de knop drukken die u in de hand heeft. De puntjes zijn afwisselend zwak of sterk verlicht en ze wisselen van positie. Knipperen tijdens het onderzoek is toegestaan.

Een gezichtsveldonderzoek duurt afhankelijk van de onderzoeksmethode tussen de 7 en 20 minuten per oog. U hoeft geen speciale voorbereidingen te treffen voor dit onderzoek. Zorg wel dat u uitgerust bent.

Heeft u contactlenzen, dan is het gemakkelijk als u deze WEL in heeft tijdens het onderzoek, echter, voor het meten van de oogdruk is het noodzakelijk dat u de contactlenzen tijdelijk uit doet. Neem dus uw lensbakje en vloeistof mee.

Wanneer u een hoge bloeddruk (hypertensie) heeft kan dit ook schade geven aan de ogen, ook wel hypertensieve retinopathie genoemd. De slagaderen voorzien het lichaam van zuurstof en de aderen voeren afvalproducten af. Het oog is hierbij geen uitzondering. Als de bloedvaten schade ondervinden kan dit dus ook gevolgen hebben voor het zien. Bloedvaten in het netvlies kunnen gaan lekken en zo ontstaan bijvoorbeeld opeenhopingen van afvalproducten van het netvlies die niet meer afgevoerd worden (exudaten). Ook kunnen er bloedinkjes of zuurstoftekorten ontstaan in het netvlies.

Het is daarom belangrijk om, wanneer u een hoge bloeddruk heeft, jaarlijks de ogen te laten controleren op netvliesafwijkingen. Ook wanneer u geen klachten heeft. De kans op netvliesafwijkingen bij hoge bloeddruk neemt toe met de leeftijd en/of wanneer de bloeddruk niet goed te controleren is.

Behandeling

Wanneer er sprake is van hypertensieve retinopathie is het belangrijkste dat de bloeddruk omlaag gaat en stabiel laag blijft. In sommige gevallen is het mogelijk om het oog te behandelen met Laser. Bij lekkage kan het betreffende bloedvat gedicht worden met de Argon of groene laser.Deze behandeling duurt in het algemeen onge­veer twintig minuten.

De voorbereiding op de laserbehandeling bestaat uit oogdruppels om de pupil te verwijden en druppels om het oog te verdoven. Ook dit kost tijd voordat deze ingedruppeld en ingewerkt zijn.

Bespreek de mogelijkheden voor behandeling met uw arts.

Uw arts heeft u voorgesteld een behandeling te ondergaan voor uw oogaandoening. Stel vragen aan uw behandelend arts indien iets niet duidelijk is, zodat u de volgende informatie goed begrijpt en kunt beslissen of u deze behandeling zou willen ondergaan.

U heeft een oogaandoening waarbij als complicatie nieuwvorming van bloedvaten of vochtlekkage uit bestaande bloedvaten is ontstaan. Hiervoor bestaat momenteel een behandeling met medicijnen. Deze medicijnen remmen de vaatnieuwvorming en vaatlekkage af. Onderzoek heeft wereldwijd uitgewezen dat hierdoor het ziekteproces kan worden afgeremd en in bepaalde gevallen zelfs een sterke verbetering van de gezichtsscherpte kan worden bereikt.

Om de medicijnen de bloedvaten in het netvlies te laten bereiken, is het noodzakelijk de medicijnen in de oogbol in te brengen. Dit doet de arts d.m.v. een intravitreale injectie.

De behandeling

Een behandeling met intravitreale injecties gaat als volgt:

De medicatie wordt door middel van een injectie in het oog toegediend. Voorafgaand aan de injectie wordt het oog met druppels afdoende verdoofd, zodat u van de injectie nauwelijks iets voelt. De injectie wordt uiteraard op de operatiekamer toegediend. Per behandeling moet u ongeveer een uur uittrekken. Vooraf hoeft u geen bijzondere maatregelen te treffen, tenzij de arts u anders heeft verteld. Na de behandeling krijgt u een doorzichtig kapje op het oog, dit kapje dient u ter bescherming van het oog te laten zitten tot de volgende ochtend. Het is een veelvoorkomend verschijnsel dat na inspuiting een donkere, bolvormige vlek in beeld zit. Deze vlek trekt na enkele dagen weg. Ook kan het oog wat rood en geïrriteerd zijn.

Wij raden u aan met iemand mee te rijden of gebruik te maken van het openbaar vervoer.

Na de behandeling

Sommige injecties worden per serie van 3 of 4 injecties herhaald met ten minste 4 weken tussen de behandelingen. Na de laatste injectie wordt een afspraak gemaakt voor een eindcontrole bij de arts om het definitieve resultaat te bekijken en eventueel de verdere behandeling af te spreken.

Het geneesmiddel remt een van de belangrijkste groeifactoren in het oog, die vaatgroei en vaatlekkage stimuleert. Remming van deze groeifactor zou kunnen leiden tot een afname, mogelijk verdwijnen van de vaatnieuwvormingen en vaatlekkage in uw oog. Indien u goed reageert op de behandeling wordt voorkomen dat uw gezichtsvermogen verder achteruitgaat. Het doel van deze behandeling is dus stabilisatie van de gezichtsscherpte.

Er zijn risico’s verbonden aan de toediening van een dergelijk medicijn in het oog; deze zijn pijn aan het oog, een bloeduitstorting rond het oog, infecties van het oog, verhoogde oogdruk, bloedingen en netvliesloslating. Deze complicaties kunnen leiden tot een minder gezichtsvermogen. De te verwachte resultaten wegen echter ruimschoots op tegen het risico op complicaties. Hierdoor zijn de intravitrale injecties inmiddels wereldwijd een zeer veel toegepaste behandeling.

Alternatieven

In sommige gevallen zijn voor vaatafwijkingen alternatieve behandelingen, bijvoorbeeld laserbehandeling of een netvliesoperatie. Indien deze behandelingen een gelijkwaardig alternatief bieden voor de intravitreale injectie zal de arts dit  met u bespreken.

Maculadegeneratie is een aandoening van het centrale gedeelte van het netvlies, de macula, of de gele vlek. Maculadegeneratie wordt ook wel ‘slijtage van het netvlies’ genoemd.

Oorzaak

Met het ouder worden kan de kwaliteit van de macula achteruit gaan. Afvalstoffen hopen zich op onder het netvlies. Het scherpe zien wordt minder en beelden kunnen vervormd worden. De rest van het netvlies blijft wel werken, zo ziet men de omgeving nog wel, alleen in het midden ontstaat een donkere vlek.

De diagnose van Maculadegeneratie

Er zijn twee vormen van leeftijdsgebonden maculadegeneratie (LMD)

Droge Leeftijdsgebonden maculadegeneratie
Dit is een sluipend proces, de kwaliteit van het netvlies gaat langzaam achteruit. Dit is de zogenaamde ‘goedaardige’ vorm van LMD.

Natte Leeftijdsgebonden maculadegeneratie
Bij de natte LMD komt er vocht in de macula. Dit kan ontstaan als er bloedvat gaat lekken. Het vocht beschadigt de lichtgevoelige cellen in het netvlies, wat een snelle en ernstige achteruitgang van het gezichtsvermogen veroorzaakt.

Opsis beschikt over de Spectraal Optical Coherence Tomography scanner. Met dit moderne apparaat kan maculadegeneratie in een zeer vroeg stadium worden vastgesteld.

De behandeling

Bij de behandeling van LMD is het belangrijk om onderscheid te maken tussen de droge en de natte vorm.

Droge Leeftijdsgebonden maculadegeneratie
Voor droge LMD zijn er nog geen behandelingen aanwezig. Wel zijn er vitaminecombinaties verkrijgbaar waarvan in grote studies is aangetoond dat het de verergering van droge LMD remt. Roken verergert de droge LMD. Bij de droge LMD is het belangrijk dat u in de gaten houdt of er vertekening gaat optreden in de beelden van de omgeving zoals een bocht in een raamkozijn of regel van een schrift. Dit kan wijzen op het ontstaan van de ‘natte’ vorm.

Natte Leeftijdsgebonden maculadegeneratie
Sinds enige tijd worden vaatgroeiremmende geneesmiddelen (anti-VEGF) toegediend door middel van een injectie in het oog. Er is gebleken dat de injectie minimaal 3 keer toegediend moet worden, hierna wordt er alleen indien nodig opnieuw geïnjecteerd.

Nieuwere stoffen kunnen de behandeltijd verkorten maar worden nog maar sporadisch door verzekeraars vergoed. Door deze middelen stopt het bloedvat met lekken waardoor verdere achteruitgang tegengegaan wordt. Bij een aanzienlijk deel van de patiënten stabiliseert de gezichtsscherpte en bij een deel van de patiënten verbetert de gezichtsscherpte zelfs.

Omdat de ziekte, zonder behandeling, meestal progressief is, is het bereiken van stabilisatie van het ziektebeeld dus ook al een succes voor maculadegeneratie patiënten.

Optical Coherence tomography (OCT) is een beeldvormende techniek die hoge-resolutie beelden kan maken van structuren van het oog. De beelden geven een doorsnede weer van bijvoorbeeld het netvlies of de oogzenuw van het oog. Meestal wordt de OCT gebruikt om een beeld te maken van het centrale deel van het netvlies, de gele vlek of macula genoemd en de zenuwvezellaag rondom de oogzenuw.

Het apparaat stuurt een infrarode lichtbundel, via de pupil, in het oog op het netvlies. Er wordt gescand m.b.v. een optische lichtbundel. De verschillende structuren van het netvlies reflecteren (terugkaatsen) dit licht vervolgens terug, via de pupil, weer naar buiten het oog. Hier wordt het teruggekaatste licht opgevangen door het apparaat. Er ontstaat een beeld van een dwarsdoorsnede van het netvlies, opgebouwd uit verschillende kleuren.

Toepassingen

De OCT kan hoge-resolutie beelden maken van verschillende structuren van het oog. De OCT wordt met name gebruikt voor het aantonen van afwijkingen van de gele vlek (macula) van het netvlies en verdunning van de zenuwvezellaag bij glaucoom.

Het netvlies (of macula)
Dit is de meest gebruikelijke toepassing van de OCT op dit moment. De volgende aandoeningen kunnen bijvoorbeeld  in beeld worden gebracht: maculagat (gat in de gele vlek), macula pucker (plooivorming), macula degeneratie (veroudering) en vocht in de macula.

De oogzenuw
De OCT kan gebruikt worden voor het constateren van afwijkingen van de oogzenuw, bijv. bij glaucoom (hoge oogdrukziekte). Schade aan de oogzenuw kan met onze OCT al worden aangetoond voordat gezichtsvelduitval heeft plaats gevonden. In een vroegtijdig stadium kan glaucoom dus al worden aangetoond of juist worden uitgesloten.

Het onderzoek

Soms worden de pupillen van beide ogen eerst wijd gemaakt met oogdruppels. De eerste uren ziet u vervolgens wazig. Voor het naar huis rijden is het verstandig een begeleider mee te nemen. Bij het OCT apparaat zit u met de kin in een kinsteun en het voorhoofd tegen de band (zoals ook bij een algemeen oogonderzoek gebeurt). Als u in het apparaat kijkt, ziet u een kruisje. Tijdens het onderzoek blijft u naar dit kruisje kijken. Het onderzoek is niet gevaarlijk voor het oog. Het onderzoek is niet belastend (geen fel licht) en duurt meestal maar een tiental minuten.

Om het gewenste resultaat van uw oogdruppels te bereiken, is het van belang dat de druppels op de juiste manier in uw oog terechtkomen.

In de bijsluiter staat informatie over het gebruik van de oogdruppels, over eventuele bijwerkingen, over het bewaren van de oogdruppels en over het tijdstip dat u het beste kunt druppelen.

Volg altijd het voorschrift van de arts!

Indien u meer dan één keer per dag moet druppelen, verspreid de tijden dan zoveel mogelijk gelijkmatig over 24 uur. Stap voor stap instructies om uw ogen te druppelen:

  1. Was uw handen met zeep en droog ze goed af;
  2. Schroef het dopje van het oogdruppelflesje;
  3. Neem het flesje druppels in uw hand, alsof u een pen vasthoudt;
  4. Buig uw hoofd achterover en kijk naar boven;
  5. Kunt u uw hoofd niet goed achterover buigen, dan kunt u het best liggend druppelen;
  6. Trek het onderste ooglid met de wijsvinger van uw andere hand voorzichtig naar beneden zodat een gootje ontstaat.
  7. Breng het flesje boven uw oog;
  8. Raak uw oog, oogleden en wimpers niet aan;
  9. Knijp in het flesje en laat 1 oogdruppel in het gootje vallen;
  10. U kunt uw hoofd nu weer terug buigen;
  11. Sluit uw oog zachtjes, niet knijpen;
  12. Druk uw traanbuis 1 tot 3 minuten dicht. Dit kan door zachtjes net onder het kleine harde bobbeltje in de binnenhoek van uw oog, aan de neuskant, te drukken;
  13. Sluit het oogdruppelflesje af;
  14. Was uw handen en droog ze goed af.

Oogdruppels zijn na opening beperkt houdbaar. Lees de bijsluiter. Noteer op het flesje de datum waarop u het open maakt.

Wanneer het druppelen lastig voor u is kunt u een druppelhulpje gebruiken. Deze zijn verkrijgbaar bij de apotheek.

Bekijk video: een ooglidcorrectie bij Opsis

Dermatochalasis (afhangende bovenoogleden) wordt meestal veroorzaakt door veroudering van de huid: de huid wordt ruimer doordat de vezels in de huid hun elasticiteit verliezen. Het onderhuidse bindweefsel verslapt soms ook tegelijkertijd waardoor het onderliggende vet naar voren kan uitpuilen. Dit veroorzaakt volle oogleden en/of een plaatselijke ooglidzwelling in de ooghoek aan de kant van de neus. Bij de ooglidcorrectie wordt overtollig huidweefsel, vaak samen met spier en vet, verwijderd. Meestal wordt de ingreep aan beide oogleden verricht om symmetrie te bevorderen.

Klachten

De klachten kunnen bestaan uit een a) zwaar gevoel van het bovenooglid, al of niet met hoofdpijnklachten, b) beperking van het bovenste gezichtsveld doordat de huid over de ooglidrand hangt, c) een plakkend gevoel van het bovenooglid of d) cosmetische problemen.

De verzekering

Correctie van dermatochalasis wordt door de zorgverzekeraars in het algemeen tot de cosmetische chirurgie gerekend. Sinds 1 januari 2005 wordt deze operatie niet meer vergoed uit het basispakket. Soms wordt deze operatie wel gedeeltelijk vergoed als het om een medische indicatie gaat. Vraagt u na bij uw zorgverzekeraar of de behandeling in het aanvullende pakket zit en of uw verzekeringsarts een medische indicatie af kan geven.

Beschrijving van de operatie

De operatie bestaat uit de volgende stappen:

  • Aftekenen van het overschot aan huid met een viltstift of inkt.
  • De huid wordt gedesinfecteerd met Betadine.
  • Onder de huid worden injecties gegeven met lokale verdoving. Deze injecties kunnen wat gevoelig zijn. Als de verdoving ingewerkt is, voelt u weinig of niets meer van de operatie.
  • Het teveel aan huid en spier wordt verwijderd. Bij uitpuilend vet wordt het bindweefselschot ingeknipt en vervolgens het vet verwijderd.
  • De huidranden worden gesloten met niet-oplosbare hechtingen (deze geven geen wondreactie); de ingreep duurt ongeveer 45 minuten. De hechtingen worden er na 8-10 dagen weer uitgehaald. De snedes worden zo gemaakt dat het litteken later niet of nauwelijks zichtbaar is. Meestal wordt de hechting in de huid geplaatst (intracutaan) waardoor die niet zichtbaar is.
  • Indien er geen nabloedingen aanwezig zijn kunt u weer naar huis. U krijgt geen verband op de ogen. Desalniettemin kan het gezichtsvermogen minder zijn en daarom dient u na de behandeling niet zelf auto te rijden. De oogleden kunnen in de eerste dagen gezwollen en blauw zijn. Soms treedt ook een tijdelijke zwelling met blauwe verkleuring op van de onderoogleden. Dit is niet iets om u ongerust over te maken; de zwelling en blauwe plekken trekken geleidelijk weg.
  • Het uiteindelijke resultaat is na 2 maanden te beoordelen.
Bloedverdunners

Bij ooglidcorrecties wordt bij voorkeur gestopt met bloedverdunners om (na)bloedingen te voorkomen. Met het gebruik van deze medicijnen moet tijdig voor de operatie worden gestopt: ascal/acetylsalicylzuur 10 dagen, marcoumar 7 dagen, sintrom (acenocoumarol) 5 dagen. U dient dit wel eerst te overleggen met uw huisarts of de specialist die deze bloedverdunners heeft voorgeschreven. Indien de bloedverdunners niet mogen worden gestopt, dient u dit met de oogarts te overleggen.

Bijwerkingen en complicaties

De meest voorkomende, niet ernstige bijwerkingen, maar ook zeldzame complicaties worden hieronder uitgebreid beschreven. Echter bij een ooglidcorrectie van de bovenoogleden treden zelden problemen op. Vrijwel alle patiënten zijn zeer tevreden met het resultaat van de operatie.

zwelling van het ooglid en ongevoeligheid van de lidrand: 
Iedere operatie van het bovenooglid veroorzaakt weefselreactie en een tijdelijke verstoring van de lymfeafvoer, waardoor het onderste deel van de lidrand na de operatie dikker is. Deze zwelling neemt geleidelijk af, maar dit kan wel enkele weken duren. Bij het verwijderen van de huid worden automatisch ook de zenuwen die door de huid lopen doorgesneden. Hierdoor kan het ooglid soms enkele weken wat gevoelloos zijn; ook dit herstelt geleidelijk.

littekens
Bij iedere patiënt ontstaat er een litteken. Littekens zijn het gevolg van de operatietechniek en de reactie van de huid op de operatie. Wanneer wonden bij u in het algemeen mooi genezen heeft u meer kans op een mooi litteken dan iemand bij wie littekens altijd goed zichtbaar blijven. Stoppen met roken bevordert een fraaie genezing. Overigens plaatst de oogarts de snee zoveel mogelijk in de huidplooi, zodat het litteken niet of nauwelijks zichtbaar is bij rechtuit kijken.

asymmetrie van de huidplooi in beide bovenoogleden 
Ondanks een zorgvuldig uitgevoerde operatie kan het voorkomen dat er een verschil in hoogte bestaat tussen de huidplooi links en rechts. Een geringe asymmetrie is trouwens normaal, zowel voor als na correctie van het bovenooglid.  Wanneer er na enkele maanden nog een duidelijke en storende asymmetrie van de huidplooi bestaat, is dit te verhelpen door nog een reepje huid te verwijderen.

zandgevoel en irritatie van het oog door uitdroging
Dit is een zeldzame complicatie. Na het verwijderen van huid/spier uit het bovenooglid kan de ooglidrand iets te hoog staan waardoor het ooglid onvoldoende sluit. Gedurende de eerste week is dit normaal door de zwelling van de oogleden; hierna wordt dit steeds minder. De sluitfunctie kan verminderd zijn door het litteken waardoor het oog iets sneller uitdroogt. Bij patiënten die al een traanfilm van matige kwaliteit of een lage traanproductie hebben, kan een geringe uitdroging van het hoornvlies optreden. Dit voelt aan alsof er zand in het oog zit.  Soms is het nodig hiervoor druppels (kunsttranen) te gebruiken. Mocht er voor de operatie sprake zijn van zeer droge ogen, dan is het niet aan te raden om een cosmetische ooglidcorrectie te laten verrichten. Het gevaar bestaat dat u na de operatie nog meer last krijgt van droge ogen.

cysten
Op de plaats waar met de hechtnaald door de huid gestoken is kunnen zich soms kleine gele bobbeltjes (inclusiecystes) ontwikkelen. Meestal verdwijnen die spontaan.

kleurverschillen tussen de huid boven en onder het litteken
De kleur van de huid in het bovenooglid verloopt van boven naar onder enigszins van licht naar donker. Door het weghalen van de huid kan de overgang duidelijker zichtbaar worden. Na de operatie zijn de bloedvaten in het ooglid verwijd; hierdoor is het bovenooglid de eerste tijd na de operatie meer rood, vooral bij mensen met een dunne huid en een lichte huidskleur. Complicaties treden bij een blepharoplastiek eigenlijk zelden op. Het uiteindelijke resultaat is vrijwel altijd goed en de patiënten zijn over het algemeen erg tevreden.

Algemene opmerkingen

Autorijden: direct na de ingreep is het verstandiger iemand anders te laten autorijden of te komen met een begeleider of openbaar vervoer. Hoewel het gezichtsvermogen door de operatie niet beïnvloed wordt, moet men er rekening mee houden dat de oogleden nog gezwollen kunnen zijn (m.n. de eerste week).

Douchen: men mag wel douchen na een ooglidcorrectie maar de wond moet bij voorkeur droog worden gehouden (totdat de hechtingen verwijderd zijn). Mocht de wond toch nat geworden zijn, dep dan de oogleden voorzichtig droog.

Make-up: Zolang de hechtingen nog niet verwijderd zijn en de wonden nog niet genezen zijn, mag u uw ogen zeker niet opmaken. Deze periode duurt ongeveer een week. Hierna kunnen nog bloeduitstortingen zichtbaar zijn en kunnen de oogleden 1½ -2 maanden nog licht gezwollen zijn. In die periode mag u desgewenst de ogen wel opmaken, maar enige voorzichtigheid, met name bij het verwijderen van de make-up, is wel geboden. Niet teveel kracht uitoefenen op de wond!

Zwemmen: de eerste 7-10 dagen mag u nog niet zwemmen; in ieder geval niet voordat de hechtingen verwijderd zijn en de wonden nog niet genezen zijn.

Werken: in principe mag u direct weer aan het werk, maar u moet er wel rekening mee houden dat uw oogleden de eerste 2 weken blauw en gezwollen kunnen zijn. Het is overigens niet verstandig om de eerste dagen zwaar lichamelijk werk te verrichten waarbij er veel druk in het hoofd en op de ogen ontstaat (bijv. zwaar tillen). Hierdoor is namelijk de kans op een nabloeding groter.

Orthoptie is de leer van het ‘goed’ of ‘recht’ zien. De ontwikkeling van het zien vindt in de eerste 6 a 7 levensjaren plaats. Door een rechte oogstand kunnen beiden ogen zich optimaal ontwikkelen. Indien er iets mankeert aan de samenwerking tussen de ogen of aan de oogstand kan dat voor problemen zorgen. Echter, de samenwerking tussen de ogen kan op alle leeftijden en door verschillende oorzaken verstoord raken.

Met welke klachten kunt u bij de Orthoptist terecht?
  • Scheelzien (strabismus)
  • Lui oog (amblyopie)
  • Dubbelzien (diplopie)
  • Bril aanmeting bij kinderen
  • Oogbewegingsstoornissen
  • Prisma aanmeting
  • Specifieke hoofdpijn -en leesklachten
  • Accommodatie problemen
  • Of bij vage klachten

Het eerste bezoek bij Orthoptist duurt 20 á 30 minuten. De Orthoptist bekijkt de oogstand, de oogbewegingen, de samenwerking tussen de ogen en gezichtsscherpte. De gezichtsscherpte wordt op verschillende manieren getest, afhankelijk van de leeftijd.

Bij alle patiënten worden de ogen ingedruppeld met accommodatie verlammende druppels. Hierdoor worden de pupillen wijd en accommodatie wordt uitgeschakeld. Zo wordt de exacte sterkte bepaald en het netvlies wordt beoordeeld door een oogarts. Een controle volgt indien er een afwijkingen aan de ogen wordt gevonden.

 De orthoptische behandeling kan bestaan uit:
  • Het voorschrijven van een bril
  • Occlusie behandeling (afplakken van een oog)
  • Orthoptische oefeningen
  • Voorschrijven van een prisma bij dubbelzien

Het witte gedeelte van het oog is bedekt met een doorzichtig bindvlies. De conjunctiva genaamd, de conjunctiva loopt tot aan het hoornvlies. Wanneer wildgroei van dit bindvlies ontstaat kan dit over het hoornvlies heen gaan groeien. Men spreekt dan van een pterygium.

Oorzaken

De exacte oorzaak van de groei van een pterygium is niet duidelijk. Wel speelt erfelijkheid, etnische achtergrond en leefklimaat een rol.

Behandeling

Meestal zit een pterygium aan de neuskant van het oog en vaak heeft men er geen last van. Wanneer een pterygium verder groeit kan deze echter voor de pupil gaan groeien en het zicht verminderen. Ook bestaat de mogelijkheid dat een pterygium chronisch ontstoken raakt en irriteert. Wanneer dit het geval is wordt een pterygium chirurgisch verwijderd. Dit gebeurt onder plaatselijke verdoving. Het over het hoornvlies gegroeide bindvlies wordt weggehaald. Afhankelijk van de grootte van de wond beslist de arts of het nodig is om de wond te hechten met een oplosbare hechting.

Na deze ingreep is het oog erg gevoelig en dat blijft enkele dagen aan, het is dus niet verstandig om zelfstandig terug te rijden na de behandeling. U krijgt van de oogarts pijnstillende tabletten en oogdruppels. Ook moet gedruppeld worden met een ontstekingsremmend middel en een antibioticum om het oog rustig te laten genezen.

Voorafgaand aan de behandeling hoeft u geen bijzondere maatregelen te nemen.

In de regel wordt 1 oog per keer behandeld. Na de behandeling bij ons wordt soms ook nog een afspraak voor u gemaakt voor een bestraling. Dit is in sommige gevallen aan te raden om terug groei te voorkomen.

Na de operatie vinden nog enkele controles bij de arts en optometrist plaats.

Risico’s

Het grootste risico dat na de operatie kan ontstaan is opnieuw een groei van een pterygium. Herbehandeling is een optie, als weer klachten optreden. Om dit tegen te gaan wordt door de arts soms gekozen voor plaatselijke bestraling van het oog.

Alternatieven

Afgezien van de chirurgische ingreep zijn geen andere behandelopties mogelijk voor een pterygium.

Om uw klachten met betrekking tot de droge ogen aan te pakken heeft de arts u voorgesteld om punctum plugjes te plaatsen. Ook wel traanweg plugjes genoemd.

Een punctum plug is een klein plugje van silicone materiaal en wordt geplaatst in het afvoerkanaaltje van het oog. Op deze manier blijven de tranen langer in het oog en wordt het oog natter.

De procedure

Punctum pluggen worden eenvoudig geplaatst door de arts op de operatiekamer. De behandeling is niet pijnlijk. Voordat de behandeling wordt uitgevoerd hoeft u zelf geen specifieke voorbereidingen te treffen. Vlak voordat u de operatiekamer binnengaat worden de ogen gedruppeld met een verdovende oogdruppel. De arts rekt het traanpuntje eerst op voordat de plug geplaatst wordt. Vervolgens plaatst hij het plugje in de traanpunt. Meestal worden beide ogen tegelijk behandeld.

Na de behandeling kun u zelfstandig terug naar huis. U hoeft geen oogdruppels of andere medicatie te gebruiken na de behandeling. U kunt, na de behandeling, het gevoel hebben alsof er wat in het oog zit. Dit gevoel trekt in enkele uren weg.

Enkele weken na de behandeling wordt er en korte controle uitgevoerd. Dit om te kijken of de plugjes goed blijven zitten en of u verbetering heeft gemerkt.

Resultaten

In meerderheid van de gevallen is er een vermindering van de klachten. Wanneer dit niet het geval is, kan er bij gedruppeld worden met kunsttranen. Wanneer het nodig is kunnen de traanweg plugjes eenvoudig weer verwijderd worden. Wij plaatsen in de regel alleen pluggen in het onderste traanweg kanaaltje. Een alternatief voor de behandeling is een chronisch gebruik van kunsttranen.

Selectieve Laser Trabeculoplastiek  is een goed alternatief voor oogdruk verlagende medicatie bij de behandeling van glaucoom. Naast het voordeel dat er niet, of minder vaak gedruppeld moet worden, met soms belastende bijwerkingen, is het effect langdurig of zelfs blijvend. Eén laserbehandeling is vaak al voldoende om het gewenste resultaat te behalen.

Poliklinische behandeling

De SLT-Laserbehandeling wordt poliklinisch uitgevoerd. Met de laserpulsjes worden de cellen van het afvoersysteem (trabekelsysteem) van het oog gestimuleerd om vocht af te gaan voeren. Dit wordt gedaan met behulp van een contactglas, een soort opzet contactlens, waarin zich een spiegeltje bevindt, waardoor de lichtstraal van de laser het trabekelsysteem kan bereiken.

De behandeling is pijnloos. De SLT laser is een zogenaamde Nd:YAG laser die de energie in een puls van drie nanoseconden uitstoot. Hierbij treedt er slechts een minimale omzetting plaats naar warmte. Dit maakt dit type van laser heel veilig, laat geen littekens achter en kan mede daardoor eventueel herhaald worden.

Plaatselijke verdoving

Voor de laserbehandeling wordt het oog plaatselijk verdoofd met behulp van druppels. Op het oog wordt een contactglas gezet, waarna met de laser circa 60 tot 100 spots worden geplaatst. Dit gebeurt meestal tijdens één behandeling.  U ziet geen lichtflits of iets dergelijks. De behandeling is pijnloos en duurt ongeveer een kwartier.

Het oog kan nadien licht geïrriteerd zijn.

Resultaat van de behandeling

U hoeft op de dag van de laserbehandeling niet rustig aan te doen. Het uiteindelijke resultaat van de behandeling is pas na enkele weken vast te stellen.

Bijwerkingen

Deze vorm van laserbehandeling heeft bijzonder weinig bijwerkingen. Het effect van de laserbehandeling hangt af van het type glaucoom. Bij primair openkamerhoek glaucoom is het resultaat in 55% – 70 % met één of meerdere behandelingen van de gevallen bevredigend. Indien nodig kan de behandeling na verloop van tijd worden herhaald.

Een alternatief voor de behandeling is het chronisch gebruik van oogdruppels.

Geen make up voor de behandeling

Voor de behandeling mag geen make up op het gezicht gebruikt worden, omdat make up het laserlicht absorbeert en reflecteert.

Tranende ogen, epiphora genoemd, kunnen heel vervelend zijn. Men wordt erop aangesproken en het vertroebelt het zicht. Veel artsen zijn geneigd dit probleem niet serieus te nemen en geven vaak als antwoord: ‘Beter tranende ogen dan droge ogen’.

Toch zijn er oplossingen voor dit vervelende probleem. Bij Opsis Oogziekenhuis worden veel ingrepen gedaan om het afvoerkanaal van de tranen goed open te zetten; sondages.

Wanneer een oog traant is dit een verstoring in de balans van aanmaak en afvoer van de tranen. De meest voorkomende oorzaak hiervan is een verstopping in het onderste afvoerkanaaltje van de tranen (zie afbeelding). Om deze verstopping op te lossen kan een sondage uitgevoerd worden. Bij een sondage wordt het afvoerkanaaltje doorgespoeld en verwijd met een aantal staafjes. Door het afvoerkanaaltje op te rekken wordt getracht te voorkomen dat dit opnieuw verstopt raakt. Voor deze ingreep worden de pupillen niet wijd gedruppeld, dus het zicht blijft hetzelfde. Na afloop van de ingreep worden de ogen niet afgeplakt.

Risico’s

Aan deze ingreep zit een laag risico verbonden. Wat kan gebeuren is dat het onvoldoende effect heeft.

Controle

4 tot 6 weken na de ingreep vindt een controle plaats bij de arts om het effect te bekijken en worden meestal ontstekingsremmers voorgeschreven.

Alternatieven

De alternatieven zijn bij iedere patiënt anders, bespreek eventuele alternatieven met uw behandelend oogarts.

Voor in het oog, vlak achter de pupil, zit de ooglens. Deze lens is normaal gesproken helder en doorzichtig. Daardoor kan het licht er probleemloos doorheen vallen en kunt u beelden scherp zien. Bij staar wordt de ooglens troebel. Hierdoor kan het licht het netvlies niet meer goed bereiken en gaat u waziger zien. Ook ziet u kleuren grauwer. Daarnaast kunt u dubbel zien en last hebben van fel licht en schitteringen. Wanneer dit het geval is, heeft u staar: een veel voorkomende oogaandoening.

Diagnose staar

Om staar te kunnen vaststellen, kijkt de oogarts met een zogenaamde spleetlamp naar uw oog. Door een smalle bundel licht op het oog te laten vallen, kan de arts het voorste deel van de oog bekijken. Wanneer de arts constateert dat de lens troebel is, heeft u last van staar.

Behandeling

Er zijn geen medicijnen die staar kunnen voorkomen of genezen. De enige behandeling is een operatie, waarbij de troebele lens wordt vervangen door een heldere kunstlens. Jaarlijks vinden in Nederland ongeveer 160.000 staaroperaties plaats.

Vooronderzoek

Voorafgaand aan de operatie wordt een lensmeting bij u gedaan. Aan beide ogen wordt een aantal pijnloze metingen verricht om de sterkte van de implantlens zo goed mogelijk te bepalen. De sterkte van de implantlens die tijdens de operatie in het oog wordt geplaatst, is bepalend voor de brilsterkte die na de operatie nodig is.

Let op: draagt u contactlenzen? Dan vragen wij u deze op de dag van het onderzoek uit te laten.

De nieuwe lens

Wij bieden u verschillende soorten kunstlenzen aan:

Monofocale kunstlens. De monofocale lens is de meest eenvoudige lens voor staaroperaties en wordt het vaakst gebruikt. Deze lens zorgt ervoor dat u op één afstand weer optimaal kunt zien, meestal in de verte. Deze lens wordt volledig door uw ziektekostenverzekeraar vergoed. Wanneer deze lens is geïmplanteerd, zult u nog een bril nodig hebben om ook dichtbij goed te kunnen zien. In sommige gevallen blijft ook een bril voor veraf nodig.

Multifocale kunstlens. De multifocale kunstlens zorgt er niet alleen voor dat u in de afstand weer optimaal ziet, ook dichtbij wordt het zicht gecorrigeerd. Doordat deze lens verschillende beelden tegelijkertijd op het netvlies projecteert, wordt het mogelijk om zonder bril weer optimaal te kunnen zien.

Torische kunstlens. Indien u een cilindersterkte in uw oog heeft, kan dit door middel van een torische lens worden gecorrigeerd. Op deze manier wordt zowel de staar als de cilindersterkte in het oog gecorrigeerd, waardoor u weer zonder bril kunt zien.

Torische multifocale kunstlens. Het kan voorkomen dat u niet in aanmerking komt voor een multifocale lens, omdat de cilindersterkte te hoog is. In dat geval kunt u kiezen voor een torische multifocale kunstlens. Deze lens corrigeert de oogsterkte en bovendien de cilinder.

Of uw ogen geschikt zijn voor bovengenoemde lenzen, wordt aan de hand van een uitgebreid onderzoek door de optometrist met u besproken. Indien u glaucoom, maculadegeneratie of een hoornvliesafwijking heeft, komt u niet in aanmerking voor een andere lens dan de monofocale kunstlens.

Vergoedingen

Over het algemeen wordt een staaroperatie met de monofocale kunstlens door uw ziektekostenverzekeraar vergoed. De meeste verzekeraars vergoeden de overige lenzen, de extra metingen en extra behandelingen die daarbij komen kijken echter niet. De kosten van het vooronderzoek worden over het algemeen ook niet door uw verzekeraar vergoed. Voor actuele prijzen van onze onderzoeken, kunt u onze website raadplegen. Voor meer informatie betreft vergoedingen, kunt u contact opnemen met uw eigen verzekeraar.

Garantie

Hoewel wij tijdens het vooronderzoek zo nauwkeurig mogelijk meten, kan het toch gebeuren dat er een afwijking in de meting optreedt. Ook bij een juist uitgevoerd onderzoek kan dit het geval zijn. Wij kunnen dan ook geen garantie geven dat u na de operatie weer volledig scherp zult zien zonder bril.

De operatiedag – thuis voorbereiden

Omdat u na de operatie niet zelf naar huis mag rijden, raden wij u aan een familielid of vriend mee te nemen die kan rijden. Bovendien kan de aanwezigheid van een bekende een stukje van de eventuele spanning wegnemen. Verder is het belangrijk dat u op de dag van de operatie geen make-up, gezichtscrème of foundation gebruikt. Niet alleen kunnen deze middelen de wond infecteren, ook kan de papieren doek waarmee uw gezicht wordt afgedekt door het gebruik van deze middelen gaan glijden. Trek makkelijk zittende kleding aan om zo comfortabel mogelijk de operatie in te gaan. Hoewel u operatiekleding over uw eigen kleren aan krijgt, is het mogelijk dat er betadinevlekken op uw kleding terecht komen. U kunt uw dagelijkse medicijnen, waaronder ook bloedverdunners, gewoon blijven gebruiken, tenzij de arts anders heeft geadviseerd. U hoeft voor de operatie niet nuchter te zijn en mag dan ook gewoon eten en drinken voorafgaand aan de operatie. Omdat u circa twee uur bij Opsis zult zijn, is het zeker aan te raden van tevoren goed te eten. Neemt u, naast uw Opsis pasje, uw brillenkoker mee? Tijdens de operatie en na de behandeling zal het namelijk lastig zijn de bril te dragen. Tot slot vragen wij u zo min mogelijk spullen mee te nemen, omdat u deze niet mee kunt nemen de operatiekamer in.

De operatiedag – in het ziekenhuis

Eenmaal in het ziekenhuis wordt u door een medewerker naar de voorbereidingskamer gebracht. Hier krijgt u een stoel aangeboden en worden oogdruppels in uw oog gedruppeld. Deze druppels werken verdovend en maken bovendien uw pupil wijder. Daarnaast worden er nog een aantal controles uitgevoerd, zoals een controle van uw gegevens, uw hartslag en het zuurstofpercentage in het bloed. Vervolgens wordt u klaargemaakt voor de operatie: u krijgt een operatiejas aan, een haarnet op en plastic sloffen over uw eigen schoenen heen. Indien u een gehoorapparaat draagt aan de zijde van het te behandelen oog, vragen wij u deze uit te doen. Wanneer de oogdruppels voldoende zijn ingewerkt, loopt u met een medewerker naar de operatiekamer.

In de operatiekamer

Eenmaal in de operatiekamer neemt u plaats op de stoel, waar uw gezicht steriel wordt afgedekt met een dunne papieren doek. Hierna begint de behandeling. Indien u zich niet prettig voelt of pijn heeft, vragen wij u dit direct aan te geven. Ook wanneer u de drang om te kuchen, niezen of geeuwen heeft, geeft u dit aan. Een enkele vraag stellen aan de oogarts is geen probleem, maar veel praten kan afleiden. We vragen u dan ook dit te beperken. De oogarts en het ondersteunend personeel zullen onderling wel veel praten over de behandeling. Bovendien hoort u allerlei geluiden van de aanwezige operatieapparatuur: dit is niets om u ongerust over te maken. In totaal duurt de behandeling ongeveer vijftien minuten.

 De behandeling

Omdat uw oog is verdoofd, zult u van de operatie zelf niks vernemen. Ook zult u er niks van zien, de operatie wordt namelijk via de zijkant van het oog uitgevoerd. Het oog dat niet wordt behandeld is afgedekt. Tijdens de operatie verwijdert de oogarts het troebele deel van de lens uit de kapselzak door deze met een soort stofzuigertje op te zuigen. Vervolgens wordt de vouwbare kunstlens geplaatst, welke zich vanzelf ontvouwt en vastzet. De wond die in het oog is gemaakt om de lens te vervangen, sluit zich over het algemeen weer vanzelf. In slechts een enkel geval is een hechting nodig.

Na de operatie

Na de operatie wordt uw oog afgedekt met een plastic oogdop. Dan gaat u terug naar de voorbereidingskamer en kunt u even rustig bijkomen met een kopje koffie of thee, waarna u weer naar huis mag. U zult met de dop op het oog gaan slapen.

De dag na de operatie haalt u na het ontwaken zelf de oogdop van het oog. U begint dan ook met het druppelen van het oog volgens de druppelinstructie. Op deze dag heeft u een telefonische afspraak met de optometrist om te bespreken hoe het gaat. Indien alles in orde is, hoeft u pas na enkele weken weer op controle te komen.

Wat kunt u na de operatie wel en niet doen?

Na de operatie is uw oog kwetsbaar. Er zijn dan ook een aantal zaken die wij afraden. Echter zijn er ook voldoende activiteiten die u wel gewoon mag uitvoeren:

  • U mag gedurende drie weken niet hard in het oog wrijven;
  • U mag gedurende drie weken geen oogmake-up dragen;
  • U mag de eerste week na de operatie, in verband met bacteriën, niet zwemmen in een openbaar zwembad of de zee;
  • U kunt douchen en uw haar wassen, maar houd hierbij het oog gesloten;
  • U kunt gewoon bukken, tillen en dingen van de grond rapen;
  • Huishoudelijke activiteiten en kantoorwerk kunnen probleemloos worden uitgevoerd;
  • U mag gewoon wandelen en fietsen;
  • U mag tv kijken of lezen, hoewel dit lastiger zal gaan;
  • U mag in de sauna;
  • U mag in de zon, maar bij felle zon is een zonnebril aan te raden;
  • U mag, met een afgedekt oog, onder de zonnebank;
  • Of u mag autorijden is afhankelijk van uw totale gezichtsvermogen;
  • U mag uw bril gewoon dragen, maar deze zal waarschijnlijk niet meer op de juiste sterkte zijn. Let op: pas na zes weken is uw brilsterkte betrouwbaar op te meten
Bijwerkingen van de operatie

Na de operatie heeft u een wond aan uw oog. Het kan dan ook goed zijn dat u een onprettig gevoel aan het oog heeft. U kunt verschillende bijwerkingen vernemen:

  • Het zien van bewegende vlekjes in het beeld;
  • Wazig zien;
  • Een geïrriteerd of ietwat pijnlijk gevoel aan het oog;
  • Gevoel van een zandkorrel in het oog;
  • Een tranend oog;
  • Het zien van kringen op kaarsen of lampen (met name in het donker).

Bovengenoemde bijwerkingen zijn allen onschuldig en zullen in de loop der tijd weer afnemen. Hoe lang en óf bovengenoemde bijwerkingen optreden, verschilt per persoon.

Complicaties

De kans op complicaties zijn tijdens de behandeling erg klein en komen dan ook nauwelijks voor. De complicatie die zich kan voordoen is het scheuren van het lenszakje. Het gevolg hiervan is dat de ingreep wat langer duurt en een ander soort kunstlens moet worden ingezet. Vaak heeft dit tot gevolg dat hechtingen nodig zijn. In een enkel geval is een aanvullende operatie nodig. De kans dat deze complicatie het zicht beïnvloedt, is zeer klein.

Ook na de operatie kunnen complicaties optreden. Drie dagen tot twee weken na de behandeling kan een infectie in het oog ontstaan. Dit is een ernstige complicatie en kan leiden tot verlies van het gezichtsvermogen. Gelukkig is de complicatie erg zeldzaam en komt het slechts bij één op de duizend operaties voor. Een complicatie die vaker optreedt, is het ontstaan van een wazig hoornvlies. Hierdoor ziet u wazig, maar dit zal na enkele dagen wegtrekken. Daarnaast kan een vochtophoping in het netvlies zich voordoen, ook wel cystoid macula oedeem genoemd. Dit kan over het algemeen worden behandeld met speciale oogdruppels of andere medicijnen. De kans dat het vocht in het netvlies aanwezig blijft en uw zicht hierdoor blijvend matig is, is erg klein.

Tot slot kan na een staaroperatie vertroebeling van het lenszakje van de oude lens ontstaan, waardoor de gezichtsscherpte weer vermindert. Dit is geen complicatie, maar een natuurlijk gevolg van staar en heet nastaar. Nastaar kan gemakkelijk via laserbehandeling worden behandeld.

Door suikerziekte (diabetes mellitus) kunnen beschadigingen optre­den binnen in het oog. Zonder dat het zicht onmiddellijk minder wordt, kunnen toch afwij­kin­gen aanwezig zijn in het net­vlies. Men noemt dit diabe­tische retinopa­thie.

Wan­neer deze schade­lijke afwijkingen niet tijdig worden onderkend en behandeld, kan blind­heid het gevolg zijn.

Diabetische retinopathie is een complicatie van suikerziekte waarbij veranderingen optreden in de bloedvaten van het netvlies. Deze veranderingen kunnen zich voordoen in twee fasen:

  1. De wand van de kleine bloed­vaten is veranderd.Hierdoor kan lek­kage van vocht en bloed optreden.
    (ex­suda­tieve retinopa­thie).
  2. Daaropvolgend kan bloedvatnieuw­vorming optreden (proli­fe­ra­tieve retinopa­thie). Deze nieuwe bloed­vaatjes zijn erg broos en kunnen gemakke­lijk bloe­dingen in het glas­vocht binnenin het oog veroorzaken.
Controle

Het risico van het krijgen van een diabetische retino­pathie neemt toe met de tijd dat de suiker­ziekte bestaat. Het algemene advies luidt deze controle na 1 tot 2 jaar te herhalen ook als u geen oog­klachten heeft. Bij het onderzoek door de oogarts wordt de pupil met druppels verwijd, zodat het netvlies goed kan worden bekeken. Als afwijkingen worden gevonden, kan het nood­zakelijk zijn foto’s te maken met con­trast­vloeistof (fluorescentie-angio­gra­fie of FAG). Hierbij wordt een kleurstof in de arm gespoten. Met behulp van dit on­derzoek kan de oogarts de mate en de ernst van de afwij­king beter beoor­de­len.

Behandeling

Wan­neer afwij­kin­gen in het net­vlies worden vastgesteld, kan een laser­behande­ling in een groot aantal gevallen een ver­der achter­uitgaan van het zien stop­pen of ver­tra­gen.

Laserbehandeling

Met laserbehandeling is het mogelijk bij­zondere lichtstralen op het netvlies te richten. In geval van exsudatieve diabeti­sche reti­nopathie is het mogelijk de lek­kende bloedvaten dicht te lassen. Deze behandeling duurt in het algemeen onge­veer tien minuten. Wanneer echter nieuwe bloed­vaatjes zijn ge­vormd (prolife­ratieve diabe­tische retinopa­thie) moet vrijwel het gehele net­vlies met laserstralen worden behan­deld. Deze behan­deling is veel uitge­brei­der dan de eerstge­noemde en zal vaak in meerde­re keren plaats­vinden. De voorbereiding op de laserbehandeling bestaat uit oogdruppels om de pupil te verwijden en druppels om het oog te verdoven. Indien het gaat om een uitge­breide behan­deling, kan ook een injectie bij het oog gege­ven wor­den voor een plaatse­lijke verdo­ving.

Andere behandelingen

Als een bloeding in de glasvocht­ruimte ontstaat kan soms een behandeling met koude (cryotherapie) helpen om de abnor­male bloedvaten, die de bloe­ding hebben ver­oorzaakt, te doen verdwij­nen. Als de bloeding hiermee niet voldoende opheldert, kan een vitrectomie worden uitgevoerd. Dit is een operatie, waarbij het glas­vocht wordt verwijderd. Naar bevindingen van zaken kan tijdens de operatie het net­vlies ook nog met laserstra­len worden behan­deld. In plaats van een laserbehandeling kan ook een vaatremmer in het oog (VEGF-remmer) in het oog worden ingespoten.

Conclusie

Helaas geeft suikerziekte soms pro­blemen met het zien. Door de steeds bete­re onder­zoeks- en behandelings­tech­nie­ken is het tegenwoordig meestal moge­lijk de retinopathie tot staan te brengen. In veel ge­vallen is het daardoor mogelijk slechtziendheid te voorko­men. Laat daarom bij suikerziekte uw ogen regelmatig onderzoeken!

Na een staaroperatie (cataractoperatie) kan vertroebeling van het lenszakje van de oude lens ontstaan. De gezichtsscherpte vermindert dan weer. Men spreekt in zo’n situatie van nastaar. Of en wanneer nastaar zich ontwikkelt hangt van een aantal factoren af:

  • Leeftijd, hoe jonger de patiënt, des te eerder ontwikkelt de nastaar
  • Operatietechniek
  • Soort lens die wordt geïmplanteerd
De behandeling

Met een laser kan een opening in het lenszakje ‘gesneden’ worden, zodat weer voldoende licht in het oog kan vallen. Deze behandeling vindt gewoon op de polikliniek plaats en is volkomen pijnloos. Onder normale omstandigheden zijn bij een laserbehandeling van het oog geen specifieke complicaties te verwachten. U hoeft voorafgaand aan de behandeling niks bijzonders te doen. Op de dag van de behandeling wordt u bij binnenkomst gedruppeld om de pupil te verwijden. Wanneer deze druppel is ingewerkt zal de oogarts de behandeling uitvoeren. Omdat uw pupil verwijd is, is het niet verstandig zelfstandig met de auto terug te rijden. Vaak is controle niet noodzakelijk.

Na de behandeling is het mogelijk dat u enkele bewegende deeltjes in beeld ziet.

Een alternatief voor deze behandeling is een operatie, waarbij het zakje van de lens chirurgisch wordt verwijderd. Dit is echter een veel zwaardere ingreep dan de laserbehandeling en wordt vrijwel niet meer uitgevoerd.

De macula, of gele vlek genoemd, is het centrale gedeelte van het netvlies waarmee scherp gekeken wordt. Bij vitreomaculaire tractie VMT (ook wel Pucker membraan) zit er een vliesje aan de macula. Dit vliesje trekt aan de macula en veroorzaakt zwelling, lekkage en littekenweefsel. Wanneer dit gebeurt neemt de kwaliteit van het zien af en kunnen de volgende klachten ontstaan:

  • Verminderd zicht
  • Beeldvervorming
  • Dubbelzien

De mate waarin de klachten voorkomen kan variëren. Vaak wordt VMT ontdekt tijdens een oogonderzoek. De oorzaak van VMT is in de meeste gevallen onduidelijk (zo’n 80%), maar is soms te relateren aan andere oogaandoeningen zoals een netvliesloslating of terugkerende uveïtis. VMT kan éénzijdig, maar ook in beide ogen voorkomen. Ongeveer 15% van de patiënten ontwikkelt binnen 5 jaar VMT in het andere oog.

Behandeling

Veel patiënten met vitreomaculaire tractie (VMT) hebben geen behandeling nodig. De VMT kan lange tijd stabiel zijn en de klachten kunnen hierbij gering zijn. Bij zo’n 85% van de patiënten is dit het geval. Wanneer een behandeling toch noodzakelijk is, wordt u door een arts van OPSIS verwezen naar een ziekenhuis die deze speciale operatie uitvoert. Er wordt dan een vitrectomie uitgevoerd. Bij deze operatie wordt het glasvocht in het oog verwijderd om vervolgens een netvliesoperatie uit te voeren. Het littekenweefsel dat zich in de gele vlek bevindt wordt hierbij met kleine pincentjes verwijderd. Soms wordt deze operatie uitgevoerd onder algehele narcose in verband met de duur van de operatie, vaak ruim een uur.

Afgezien van deze operatie zijn er geen verdere behandelingen van VMT mogelijk. Een staaroperatie kan wel een verdere glasvocht loslating bewerkstelligen en zo een gunstig resultaat geven. Er is ook niets aan te doen om het proces te vertragen of voorkomen. Bijvoorbeeld medicatie of leefstijlaanpassingen zijn geen bewezen therapieën.

Wanneer er een pucker is gediagnosticeerd is het van belang dat de ogen regelmatig worden gecontroleerd. Een OCT scan is hiervoor een ideale manier. Het apparaat stuurt een infrarode lichtbundel, via de pupil, in het oog op het netvlies. Er wordt gescand m.b.v. een optische lichtbundel. De verschillende structuren van het netvlies reflecteren (terugkaatsen) dit licht vervolgens terug, via de pupil, weer naar buiten het oog. Hier wordt het teruggekaatste licht opgevangen door het apparaat. Er ontstaat een beeld van een dwarsdoorsnede van het netvlies, opgebouwd uit verschillende kleuren. Op deze manier is de macula pucker heel duidelijk in beeld te brengen en zijn veranderingen goed zichtbaar.

De bouw van ieder oog is anders. Het ene oog is langer dan het andere. Wanneer weinig  ruimte is in een oog kan de iris (regenboogvlies) te dicht bij de cornea (hoornvlies) zijn en de kamerhoek in het oog verstoppen. Het gevolg hiervan is dat acuut glaucoom ontstaat. De oogdruk stijgt plotseling tot alarmerende waarden.

Wanneer de anatomie van een oog zodanig is dat wij een kans op acuut glaucoom aanwezig achten, bieden wij de mogelijkheid tot een preventieve behandeling om de kans hierop te verminderen: een YAG PI.

De behandeling

Een YAG PI is een laserbehandeling. Deze wordt poliklinisch uitgevoerd door de oogarts met behulp van een YAG Laser in onze laserkamer. Met deze laser wordt een heel klein gaatje gemaakt in het regenboogvlies. Voorafgaand aan de behandeling wordt u gedruppeld om de pupil klein te maken. Dit gaatje is met het blote oog niet zichtbaar en zal dus ook cosmetisch niet storend zijn. De voorbereiding en de behandeling duren bij elkaar ongeveer een uur en wordt maar aan 1 oog per keer uitgevoerd. Wanneer beide ogen behandeld moeten worden zult u dus 2 aparte laserafspraken moeten maken.

Na enkele maanden vindt meestal nog een controle plaats, om te zien of het gaatje mooi open blijft. Bij dichtgroeien van het gaatje kan de behandeling herhaald worden.

Bijzonderheden

Meestal verloopt de behandeling door het toedienen van verdovende druppels weinig pijnlijk, maar afhankelijk van de duur en de soort behandeling, kan soms pijn worden gevoeld.

Na de behandeling ziet u vaak minder scherp door de verblinding tijdens de behandeling. Zelden kan een kleine bloeding ontstaan, waardoor het zien iets langer minder scherp is. Wij adviseren u om na de behandeling niet zelf naar huis te rijden. Het kan prettig zijn een zonnebril te dragen de eerste uren na de behandeling. Het oog kan de eerste dagen wat rood zijn en een zandgevoel geven. Dit trekt meestal snel weer weg.

Complicaties

Afgezien van wat roodheid of prikkeling of in zeldzame gevallen een lichte bloeding 1 tot 3 dagen na de behandeling zijn geen complicaties bij deze behandeling bekend.

Alternatieven

Een YAG PI is een preventieve behandeling, het verkleint het risico op een acute stijging van de oogdruk.